24 november 2015 Lezing Kirgizië en Mongolie, Jan Willem Lagerweij met mondharpmuziek van Oermuziek

Kirgizie: een land vol bloemen, natuur en cultuur en Mongolie: een fietstocht in de voetsporen van de Djangis Khan. Twee landen in Centraal Azie. Jan Willem Lagerweij gaat er heel veel over vertellen en laten zien!

Mongolie
Voor meer info en foto’s over deze bijeenkomst kijk op de website van Groei&Bloei afd. Harderwijk e.o.

In de pauze en als afsluiting muziek met Mongoolse mondharpen door Oermuziek: het mondharpenprojecten van R.W. Paes. Hoewel de morin khuur ofwel paardenviool en khöömii (keelzang) tot de bekendste Mongoolse muziekuitingen behoren, zijn er andere unieke muziekinstrumenten die nog meer variatie geven aan Mongoolse muziekstijlen. Mongoolse mondharpen: de khulsan khuur (bamboe mondharp) en de tumur khuur (metalen mondharp). Traditioneel worden mondharpen in Mongolië bespeeld door herders en sjamanen, maar ook in eigentijdse Mongoolse muziek heeft de mondharp een plek.

khulsan khuurtumur khuur

De bijeenkomst is gratis voor leden van Groei & Bloei,niet-leden betalen een bijdrage van € 2.50

24 november aanvang 19.45 uur Harderwijk De Kiekmure

Karl Eulenstein: mondharpvirtuoos

De Duitser Karl Eulenstein (1802 – 1890) was rond 1830 een internationaal bekende Mondharpvirtuoos. Hij componeerde eigen melodieën en trad op in welgestelde kringen in Duitsland, Frankrijk en Engeland.

Eulenstein’s biografie Meine musikalische Laufbahn beschrijft zijn muzikale perikelen, concerten, mondharpoptredens in koningshoven, financiële strubbelingen en de voortdurende verbetering van zijn speeltechnieken.

karl-eulenstein-meine-musikalische-laufbahn

Justinus Kerner droeg het gedicht Auf Eulensteins Spiel auf der Maultrommel in der Nacht aan hem op:

Kommt von Bienen, was ich höre?
Nächtlich schwärmen Bienen nicht!
Ha! nun tönt’s wie Geisterchöre
Harter Sylphen leis und licht;
Lauter jetzt, wie Harfen klingen,
Sanft berührt von Windes Schwingen.

Und aus diesen Tönen heben
Sich Gestalten zart und klar,
Sterne, Blumen seh’ ich schweben,
Zauberzeichen wunderbar.
Schaffet Licht, auf daß wir finden,
Welch ein Zauber uns will binden.

Ha! es ist mit seinem Eisen
Eulenstein, der gute Geist,
Der durch überird’sche Weisen
Uns ins Land der Geister reißt.
Doch er schweigt, und langsam wieder
Sinken wir zur Erde nieder.