De mondharp: wereldgeschiedenis in zakformaat – ook in Harderwijks kaliber

De mondharp is een van de oudste én kleinste muziekinstrumenten in de wereld. Op een zoemende grondtoon speel je boventonen. Je drijft het geluid aan door een snaar aan te slaan. De klanken resoneren in je mondholte. Daarbij gebruik je adem, lippen, keelspieren en tong. De mondharp komt voor in Europa én ook in Nederland sinds de 14e eeuw. Het instrument kent – alleen al in de Nederlandse taal – een verscheidenheid aan interessante namen zoals: mondtrommel, bromijzer, snorreding, muyltromp, troemp, Jeudy tromp, en gedachtenverdrijver. De mondharp was een muziekinstrument van onder meer Middeleeuwse potsenmakers, monniken, soldaten, herders, handelsreizigers, jongeren, en is ook gewild geweest als kinderspeelgoed.

Onderzoek
De studie van de geschiedenis van de mondharp wordt voornamelijk bepaald door archeologische vondsten, onderzoek van traditionele mondharptypen, beeldende kunst en geschriften. Daarbij is de studie van museumcollecties essentieel. Nederlandse musea en archeologische depots herbergen bijzondere collecties. Particuliere collecties zijn ook deel van onderzoek. Onderzoekers zijn vooral actief in Frankrijk, Engeland, Zweden, en Rusland. De oudste mondharp is gevonden in Binnen-Mongolië (1200 – 600 jaar voor onze jaartelling). Vondsten uit de Romeinse tijd en het Vikingentijdperk zijn weerlegd. Onderzoek naar objecten uit de beeldende kunst is eveneens relevant want de mondharp is afgebeeld op historische tekeningen, prenten, etsen en schilderijen. Ook historische geschriften bieden informatie over de geschiedenis en verspreiding van de mondharpen.

Ga je verder kijken naar de hoeveelheid mondharpvondsten uit de verschillende Europese landen dan staat Nederland op de vierde plek. Na Engeland, Zwitserland en Zweden en voor landen als Duitsland en Frankrijk (bron Harm Linsen, vertegenwoordiger International Jews Harp Society en depotbeheerder Museum voor Volkenkunde Leiden).

Harderwijkse Middeleeuwse mondharpvondst
In 1994 op 27 augustus werd bij opgravingen bij het Minderbroederklooster te Harderwijk een mondharp gevonden. Dat blijkt uit een dossier in het Streekarchivariaat Harderwijk (bron Henk Hovenkamp, archivaris Bond Heemschut). Daarin staat ook vermeld dat volgens de heer Hulst van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (later opgegaan in de Rijksdienst voor Archeologie) de vondst uit de 16e eeuw zou komen. En dat voor precieze determinering nader onderzoek noodzakelijk is. Na grondige navraag is het anno juni 2016 nog niet duidelijk of deze mondharp zich bevindt in het Stadsmuseum Harderwijk, in het depot van het Harderwijks Streekarchivariaat, Puttens Historisch Genootschap, of elders.  Het is een klein object met een lengte van 26 mm en een boogbreedte van 31 mm.

Harderwijkse mondharpvondst
Afbeelding van de in 1994 opgegraven mondharp te Harderwijk

De Middeleeuwse Harderwijkse mondharp is gemaakt van een reep ruitvormig gesmeed stuk ijzer. De reep is in het midden omgebogen tot een ovaal, en de beide uiteinden lopen evenwijdig aan elkaar. In het midden van het ovaal was oorspronkelijk een platgeslagen veer (lamel) bevestigd, die tussen de beide uiteinden iets haakvormig uitstak. De veer ontbreekt vaak bij archeologische vondsten, evenals bij deze mondharp. Alle info over deze mondharp is zeer welkom!