Morsing: Zuid-Indiase mondharp

Morsing, mōōrsing, mursing, moursing, morshingu en mourching zijn namen – samengesteld uit ‘mond’ en ‘hoorn’ – voor de mondharp in Zuid-India. Daar wordt het instrument vooral in Carnatische muziek bespeeld. Carnatische muziek is klassieke muziek waarbij compositie in de vorm van raga’s een belangrijke rol speelt.

Oorsprong
Over haar oorsprong in India circuleren verschillende mythen en verhalen. In India vind men de mondharp vooral in Zuid-India, Rajasthan en ook in Assam. In Rajasthan noemt men het instrument morchang. Daar wordt het gebruikt als percussie-instrument in volksmuziek.

Meesterspeler
De morsing werd eind 70-er jaren – of misschien al eerder – geïntroduceerd in de Carnatische muziek door Vidwan L. Bhimachar. Erkend als meesterspeler op de morsing.

v-l-bhimachar 

Techniek en de kunst van begeleiden
De morsing wordt voornamelijk bespeeld in samenspel met de mridangam (voornaamste percussie-instrument in Carnatische muziekensembles). Het is van belang de ‘lettergrepen’ te beheersen die op de mridangam gespeeld worden. Want deze reciteert men zonder je stembanden te laten klinken tijdens het morsingspel. De vocale vaardigheid om de lettergrepen van de mridangamspeler te reciteren heet konnakol. Konnakol is een ritmische taal die ten grondslag ligt van Karnatische muziek. Terwijl je op de morsing speelt, reciteer je de lettergrepen geluidloos. Het is belangrijk om het ritme van de Mridangam te volgen. De specifieke en veelzijdige klanken van de morsing komen naar voren tijdens bepaalde fases in de muzikale uitvoering van een compositie. Verder wordt de morsing bespeeld als een schaduw van de Mridangam.