De prehistorie van rockmuziek

De Rolling Stones worden wel beschouwd als een soort pioniers en godfathers van de rockmuziek, hoewel zij zich ontwikkelden met het naspelen van covers van oudere 20ste eeuwse muzikale fenomenen zoals Robert Johnson, Muddy Waters, Buddy Holly en anderen. Typerend was het gebruik van elektrisch versterkte gitaren en drumsets. Rockmuziek is echter veel ouder en gaat terug tot de prehistorie.

Veel onderzoek over Stonehenge is gericht op de verplaatsing van de enorme stenen naar Salisbury Plain en de astronomische betekenis van het monument. Recent onderzoek (Jon Wozencroft en Paul Devereux) suggereert dat de stenen van Stonehenge uitgekozen waren vanwege hun akoestische eigenschappen. Experimenten met het aanslaan van deze stenen levert bijzondere klanken op. En elke steen heeft zo zijn specifieke klank. Rupert Till, expert op het gebied van akoestische archaeologie, beweert dat Stonehenge een bijzondere akoestiek heeft met overlappende echoes. Hij vermoedt dat luisteraars naar muziek in de stenencircel in een trance konden raken. In het dorp Maenclochog (etymologische oorsprong: steenbellen of steenruis) in Wales werd tot in de 17e eeuw dezelfde steensoort (arduin) gebruikt voor kerkklokken.

Ringing stones, ringing rocks en lithofonen, zo refereert men naar muzikale stenen. Zij komen voor in vele culturen en bieden een bijzondere speel- en luisterervaring. Onder andere de grootte, samenstelling en vorm van de steen bepalen de klank.

Ethiopische lithophone

Verkenning van de klankenwereld uit de prehistorie staat nog in de kinderschoenen. De functionele eigenschappen bij ontspanning, rituelen en heling lijken vrijwel tijdloos te zijn.