Altai Pavel Potkin mondharpen

Pavel Potkin is een mondharpenmaker uit het Russische Altai-gebied van Gorno-Altajsk in zuid-centraal Siberië. Hij vervaardigt mondharpen in grote hoeveelheden en deze mondharpen zijn – vooral – zeer gewild in Rusland. Als mondharpmodel duidt men deze mondharpen aan als Potkin (mondharp, khomus, of vagran).

Deze mondharpen zijn van messing met een stalen snaar. De lengte van het instrument is 7 cm. De klank is zacht, niet zozeer in volume, maar in de betekenis van niet fel, oftewel mellow.

In Altai nemen mondharpen een essentiële plaats in op festivals en deze instrumenten worden veelvuldig gebruikt in religieuze riten van Altai sjamanen.

Verkoopprijs: 25 euro

IMG_6774

IMG_6777

IMG_6769

CONTACT

 

Staaten Eylandt en de introductie van de mondharp in Noord-Amerika

In 1630 kocht Peter Minuit – hoofd van de West-Indische Compagnie – Staaten Eylandt voor goederen ter waarde van 60 gulden. Daarmee werd dit gebied volgens Europese normen eigendom van Nederland. De akte vermeldt dat de goederen aangeboden aan de lokale Indianenstamhoofden in ruil voor onbeperkt recht op het land de volgende spullen betrof: mondharpen, ketels, bijlen, schoffels en boorpriemen. De boorpriemen waren van belang voor het maken van wampum, o.a. de lokale valuta: schelpenkralen. Mogelijk was deze ruil de introductie van de mondharp in Noord-Amerika onder de autochtone bewoners. Veel eerder zal de mondharp in elk geval niet bekend zijn geweest bij de Noord-Amerikaanse Indianen.

Bargain of Staaten Eylandt

Tussen 1639 en 1655 deden de Nederlanders meerdere pogingen om een vestiging te bouwen, maar deze werden vernietigd tijdens gevechten met de plaatselijke indianen. Blijkbaar hadden de Indianen een andere perceptie op landrechten. Zij leefden daar ook niet op vaste plaatsen. In 1661 werd de eerste succesvolle vestiging gesticht door een groep Nederlanders, Walen en hugenoten. In 1667 werd dit gebied na Engelse verovering overgedragen aan de Engeland, en werd als Staten Island deel van New York.

Justinus Kerner: muziektherapeut

Justinus Kerner (1786 –1862) was een Duitse arts, dichter en mondharpspeler uit de romantische periode. De mondharp was evenals de glasharmonica en de windharp populair in de wereld van Kerner.

Westerse muziektherapieën zijn gebaseerd op het dierlijk magnetisme ontgonnen door Franz Mesmer (1734–1815). Kerner was enthousiast over Mesmer’s gedachtengoed, en gebruikte de mondharp voor geneeskundige doeleinden in plaats van de glasharmonica en de windharp, die Mesmer bespeelde en toepaste met zijn therapieën. Kerner bestudeerde tijdens  zijn medicijnenstudie het effect van geluid op dieren. En hij schreef ook enkele gedichten over de mondharp. Kerner’s muzikale kennis was typerend  voor de romantische periode waarbij de nadruk lag op introspectie, intuïtie, emotie, spontaniteit en verbeelding.

Voor Kerner was muziek – evenals poëzie – voedsel om geestelijk in orde te blijven. Hij hielp de weg banen voor de ontwikkeling van muzikale therapieën.

Meine Maultrommel

War die Leier mir zersprungen, 
Hab ich mit dem kleinen Eisen 
Der Natur oft nachgesungen 
Ihre schmerzlich süßen Weisen.

In die Töne, die es spielte, 
Hört’ ich oftmals übertragen, 
Was ich tief im Busen fühlte 
Und nicht konnt’ in Liedern sagen.

 Justinus Kerner

 

Post-elektronische muziek: van de oudheid naar deze tijd

De mondharp komt voor in veel culturen met meer dan 1000 verschillende namen waaronder guimbarde, jaw harp, ozark harp, khomus, vargan, rinding, karinding, geng gong, susap, zanburak en dan moi. Het instrument wordt gemaakt van metaal, hout of een combinatie van beiden. Het is zowel een solo-instrument als een instrument om in samenspel te bespelen.

Mondharpmuziek kent een merkbare opleving gedurende recente jaren. Welke aantrekkingskracht heeft mondharp spelen dat het juist in deze tijd opnieuw de interesse trekt? Bijna geen ander muziekinstrument kent zoveel verschillende vormen, afmetingen en speeltechnieken, die in elke jaszak past. De mondharp was in haar hoogtijperiode een geliefd muziekinstrument van narren, herders, monniken en soldaten. Sinds enkele jaren is het instrument teruggekeerd in het openbare muziekleven en maakt deel uit van een nieuwe, post-elektronische muziekwereld. Hoe klein de mondharp ook is, het heeft een geschiedenis die zo’n 4000 jaar geleden het spoor bijster raakt.

El Trompe Mapuche

De Mapuche zijn de inheemse bevolking van Centraal- en Zuid-Chili en Zuid-Argentinië. Aannemelijk is dat de Mapuche in contact kwamen met de mondharp via Spaanse kolonisten vanaf de 16e eeuw. De benaming ‘Trompe’ voor mondharp wijst ook op Spaanse introductie. Geschreven bronnen tonen aan dat Duitse kolonisten de mondharp (verder) geïntroduceerd hebben onder de Mapuche vanaf halverwege de negentiende eeuw.

De mondharp heeft bij de Mapuche een plek als solistisch muziekinstrument voor vermaak, en als instrument om te bekoren. Over de religieus-ceremoniële betekenis van de mondharp geven bronnen verdeelde beelden.

De Paupawiñ is een voorouderlijk vrijwel vergeten muziekinstrument van de Mapuche dat overeenkomsten vertoont met de mondharp: een muzikale mondboog waarbij de snaar wordt aangeslagen en de mond de klanken resoneert.

De mondharp werd tot zo’n 30 jaar terug algemeen bespeeld door de Mapuche. Daarna volgde geleidelijke afname, als gevolg van de toenemende invloed van massamedia als krachtige factor van verandering.

Presentatie El Trompe Machuche