Sprekende mondharpen ~ taal coderen met mondharp

In 1964 – toen het aantal mensen in Nederland die bekend waren met mondharpen ongeveer op één vinger te tellen was – bracht de Fransman Jacques Lemoine een aantal weken door in Noord-West Laos in de provincie Saiyabouri. Elders in Laos bestookten Amerikaanse bommenjagers onophoudelijk het land in opdracht van de CIA en zonder toestemming van het Amerikaanse parlement.

Met een bandrecorder maakte Jacques Lemoine muziekopnames van de Hmong. De Hmong is een groep stammen die leven in de bergen van Zuid-China, Laos, Vietnam en Thailand. Op een middag zette hij zijn bandrecorder met microfoon aan precies op het moment toen twee Hmong begonnen te praten via hun mondharpen. Dit gesprek is gedocumenteerd in het online geluidsarchief van Centre de recherche en ethnomusicologie in Musée de l’Homme te Parijs.

De mondharpen op Jacques Lemoine´s opname worden niet tegelijk bespeeld, maar afwisselend als in een gespreksdialoog. De spelers wisselen boodschappen uit, zij coderen woorden met hun mondharpen. Om de gesproken woorden over te brengen met de mondharp, volgen de spelers in hun gedachten de woorden die ze willen uiten en imiteren ze de articulatie op de mondharp.

Beluister hier deze opname. 

Veel kennis van Jacques Lemoine over de Hmong is Franstalig gepubliceerd in boeken en artikelen. Echter zijn veldopnames met Hmong-muziek zijn verder nooit op geluidsdragers in de openbaarheid gebracht.

Altai Pavel Potkin mondharpen

Pavel Potkin is een mondharpenmaker uit het Russische Altai-gebied van Gorno-Altajsk in zuid-centraal Siberië. Hij vervaardigt mondharpen in grote hoeveelheden en deze mondharpen zijn – vooral – zeer gewild in Rusland. Als mondharpmodel duidt men deze mondharpen aan als Potkin (mondharp, khomus, of vagran).

Deze mondharpen zijn van messing met een stalen snaar. De lengte van het instrument is 7 cm. De klank is zacht, niet zozeer in volume, maar in de betekenis van niet fel, oftewel mellow.

In Altai nemen mondharpen een essentiële plaats in op festivals en deze instrumenten worden veelvuldig gebruikt in religieuze riten van Altai sjamanen.

Verkoopprijs: 25 euro

IMG_6774

IMG_6777

IMG_6769

CONTACT

 

Staaten Eylandt en de introductie van de mondharp in Noord-Amerika

In 1630 kocht Peter Minuit – hoofd van de West-Indische Compagnie – Staaten Eylandt voor goederen ter waarde van 60 gulden. Daarmee werd dit gebied volgens Europese normen eigendom van Nederland. De akte vermeldt dat de goederen aangeboden aan de lokale Indianenstamhoofden in ruil voor onbeperkt recht op het land de volgende spullen betrof: mondharpen, ketels, bijlen, schoffels en boorpriemen. De boorpriemen waren van belang voor het maken van wampum, o.a. de lokale valuta: schelpenkralen. Mogelijk was deze ruil de introductie van de mondharp in Noord-Amerika onder de autochtone bewoners. Veel eerder zal de mondharp in elk geval niet bekend zijn geweest bij de Noord-Amerikaanse Indianen.

Bargain of Staaten Eylandt

Tussen 1639 en 1655 deden de Nederlanders meerdere pogingen om een vestiging te bouwen, maar deze werden vernietigd tijdens gevechten met de plaatselijke indianen. Blijkbaar hadden de Indianen een andere perceptie op landrechten. Zij leefden daar ook niet op vaste plaatsen. In 1661 werd de eerste succesvolle vestiging gesticht door een groep Nederlanders, Walen en hugenoten. In 1667 werd dit gebied na Engelse verovering overgedragen aan de Engeland, en werd als Staten Island deel van New York.

Justinus Kerner: muziektherapeut

Justinus Kerner (1786 –1862) was een Duitse arts, dichter en mondharpspeler uit de romantische periode. De mondharp was evenals de glasharmonica en de windharp populair in de wereld van Kerner.

Westerse muziektherapieën zijn gebaseerd op het dierlijk magnetisme ontgonnen door Franz Mesmer (1734–1815). Kerner was enthousiast over Mesmer’s gedachtengoed, en gebruikte de mondharp voor geneeskundige doeleinden in plaats van de glasharmonica en de windharp, die Mesmer bespeelde en toepaste met zijn therapieën. Kerner bestudeerde tijdens  zijn medicijnenstudie het effect van geluid op dieren. En hij schreef ook enkele gedichten over de mondharp. Kerner’s muzikale kennis was typerend  voor de romantische periode waarbij de nadruk lag op introspectie, intuïtie, emotie, spontaniteit en verbeelding.

Voor Kerner was muziek – evenals poëzie – voedsel om geestelijk in orde te blijven. Hij hielp de weg banen voor de ontwikkeling van muzikale therapieën.

Meine Maultrommel

War die Leier mir zersprungen, 
Hab ich mit dem kleinen Eisen 
Der Natur oft nachgesungen 
Ihre schmerzlich süßen Weisen.

In die Töne, die es spielte, 
Hört’ ich oftmals übertragen, 
Was ich tief im Busen fühlte 
Und nicht konnt’ in Liedern sagen.

 Justinus Kerner